Minder grondstoffen, lagere kosten: welke subsidies helpen jouw productie verduurzamen?

Grondstoffen zijn een belangrijk deel van je productiekosten. Gebruik je staal, aluminium, kunststof, hout of andere materialen? Dan kan zelfs een kleine besparing per product op jaarbasis veel geld opleveren. Maar hoe zorg je ervoor dat je minder materiaal gebruikt zonder dat de kwaliteit van je product achteruitgaat?

Misschien moet je daarvoor je product opnieuw ontwerpen, je productieproces aanpassen of investeren in nieuwe machines. Voor dit soort circulaire en innovatieve investeringen zijn verschillende subsidies en fiscale voordelen beschikbaar.

Minder materiaal kan direct geld opleveren

Stel dat je jaarlijks 100.000 producten maakt. Voor ieder product gebruik je gemiddeld 2 kilo materiaal.

Dat betekent:

100.000 × 2 kg = 200.000 kg materiaal per jaar

Door een nieuw ontwerp en een slimmer productieproces lukt het om het materiaalgebruik met 10% te verminderen.

Dan bespaar je:

200.000 kg × 10% = 20.000 kg materiaal per jaar

Kost het materiaal gemiddeld €2,50 per kilo? Dan is de directe besparing:

20.000 kg × €2,50 = €50.000 per jaar

En dat is alleen de besparing op de grondstof zelf. Minder materiaal kan ook zorgen voor minder afval, lagere transportkosten en minder energieverbruik.

Hoe kun je grondstoffen besparen?

Grondstoffen besparen betekent niet alleen dat je minder materiaal in een product stopt.

Je kunt bijvoorbeeld ook:

  • producten lichter ontwerpen

  • productie-uitval verminderen

  • snijverlies beperken

  • onderdelen opnieuw gebruiken

  • producten makkelijker repareerbaar maken

  • gerecyclede grondstoffen gebruiken

  • restmateriaal opnieuw in het productieproces inzetten

  • de levensduur van producten verlengen

  • productieprocessen slimmer inrichten

Voor maakbedrijven liggen hier vaak interessante kansen.

Voorbeeld: minder staal per product

Stel dat je metalen onderdelen produceert. Voor één onderdeel gebruik je nu 12 kilo staal. Je ontwikkelt een nieuw ontwerp waarbij dezelfde sterkte wordt bereikt met 10,5 kilo staal.

Dat is een besparing van:

12 kg - 10,5 kg = 1,5 kg per product

Produceer je jaarlijks 25.000 onderdelen? Dan bespaar je:

25.000 × 1,5 kg = 37.500 kg staal per jaar

Dat is 37,5 ton minder materiaal.

Voor zo'n verandering kan technische ontwikkeling nodig zijn. Je moet bijvoorbeeld onderzoeken of het nieuwe ontwerp sterk genoeg is, een prototype ontwikkelen en testen uitvoeren. Daarmee kan het project niet alleen interessant zijn vanuit duurzaamheid, maar mogelijk ook vanuit innovatie.

MIA\Vamil voor milieuvriendelijke investeringen

Investeer je in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen? Dan kan de MIA\Vamil interessant zijn. De Milieulijst 2026 bevat verschillende investeringen die gericht zijn op het besparen van grondstoffen en water. RVO richt zich daarbij onder andere op industriële productieprocessen en een hoogwaardiger gebruik van materialen.

Met de MIA kun je een deel van het investeringsbedrag extra aftrekken van je fiscale winst. Het percentage hangt af van het bedrijfsmiddel.

Met de Vamil kun je bij daarvoor aangewezen bedrijfsmiddelen maximaal 75% van de investering op een zelfgekozen moment afschrijven. Dit kan een liquiditeits- en rentevoordeel opleveren.

Welke mogelijkheden je hebt, hangt af van de specifieke investering en de code op de Milieulijst.

Een eenvoudig rekenvoorbeeld

Stel dat je €200.000 investeert in een milieuvriendelijke productietechniek die in aanmerking komt voor 36% MIA.

De extra fiscale aftrek is dan:

€200.000 × 36% = €72.000

Je mag in dit voorbeeld dus €72.000 extra van je fiscale winst aftrekken.

Let op: je ontvangt geen €72.000 op je rekening. Het daadwerkelijke belastingvoordeel is afhankelijk van onder andere je fiscale situatie.

Daarom is het verstandig om vóór het bestellen van een machine of installatie te controleren of deze aan de voorwaarden van de Milieulijst voldoet.

Ontwikkel je zelf een nieuwe oplossing?

Misschien bestaat de machine of productietechniek die jij nodig hebt nog helemaal niet. Stel dat je een nieuw productieproces ontwikkelt waarmee je 30% minder grondstoffen nodig hebt. Of je ontwikkelt een techniek waarmee gebruikte onderdelen opnieuw in hoogwaardige producten kunnen worden verwerkt.

Dan kan naast een investeringsregeling ook een innovatiesubsidie interessant zijn.

De DEI+ 2026 biedt bijvoorbeeld mogelijkheden voor pilot- en demonstratieprojecten binnen het thema circulaire economie.

Bij dit soort projecten gaat het niet alleen om het aanschaffen van bestaande apparatuur. Er moet sprake zijn van een vernieuwende oplossing die je ontwikkelt, test of demonstreert.

Circulair betekent meer dan recyclen

Bij circulair produceren denken veel bedrijven direct aan recycling. Maar grondstoffen besparen begint vaak al veel eerder.

Denk aan:

Minder gebruiken → langer gebruiken → opnieuw gebruiken → repareren → recyclen

Hoe hoger je in deze keten kunt beginnen, hoe minder nieuwe grondstoffen je vaak nodig hebt.

Ook de Regeling groenprojecten maakt onderscheid tussen verschillende circulaire activiteiten, waaronder grondstofbesparing, levensduurverlenging en recycling. Daarmee zie je dat circulariteit veel breder is dan alleen afval verwerken.

Minder grondstoffen én lagere productiekosten

Circulair produceren hoeft niet alleen een duurzaamheidsdoel te zijn. Als je jaarlijks duizenden producten maakt, kan een kleine materiaalbesparing per product uiteindelijk een groot financieel verschil maken.

Moet je investeren of technisch innoveren om die besparing mogelijk te maken? Onderzoek dan vooraf welke fiscale voordelen en subsidies beschikbaar zijn.

We denken graag mee naar jouw plannen en onderzoeken of jouw investeringen in grondstofbesparing, circulaire productie en technische innovatie in aanmerking kunnen komen voor subsidie of fiscaal voordeel.

Plannen om minder grondstoffen te gebruiken en slimmer te produceren? laat ons dan vrijblijvend met jou sparren.


Volgende
Volgende

WBSO berekenen 2026: hoeveel voordeel kun je krijgen?